U bent hier:   Home
  |  Inloggen

Article Details

VMBO leerling dupe van trage wetgeving
Bericht geplaatst op: 17-4-2019

Vmbo-scholieren dupe van trage wetgeving

NEDERLAND
beeld anp / Marcel van Hoorn
16 april 2019, 03:00
Remco Meijer / vk
Veel vmbo-leerlingen die volgende maand eindexamen doen, kunnen om bureaucratische redenen hun opleiding toch niet vervolgen op havo 4-niveau. De wet die per 1 mei een soepeler doorstroming van vmbo naar havo moest regelen, is niet op tijd klaar.

Den Haag

Dat betekent dat scholen nog altijd extra eisen kunnen stellen aan de toelating van doorstromers uit het vmbo, terwijl het kabinet en een meerderheid in de Tweede Kamer daar juist vanaf willen. In 2017 schreef toenmalig staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) aan de Kamer dat leerlingen met een diploma van de gemengde en de ­theoretische leerweg van het vmbo (vmbo-g en vmbo-t) ‘zonder meer recht’ kregen om door te stromen naar de havo, mits zij ‘in ten minste één extra algemeen vormend vak op het vmbo eindexamen hebben gedaan’.

Het wettelijk ‘doorstroomrecht’ zou met ingang van het schooljaar 2019-2020 van kracht moeten zijn. Maar dat wordt niet gehaald, waardoor de huidige situatie van kracht blijft. Daarin beslissen scholen die havo aanbieden zelf of zij geslaagde leerlingen uit het vmbo tot de vierde klas havo toelaten. Vaak stellen zij als eis dat leerlingen met een gemiddelde van 6,8 hun diploma moeten hebben behaald. Dat vinden zij de beste garantie dat een overstap succesvol zal zijn. Tot augustus 2016 lag die eis ook vast in een landelijke gedragscode.

onnodige eisen

Dekker riep indertijd de scholen op al in de overgangsfase naar de wet ‘geen onnodige eisen te stellen’. Maar veel scholen houden zich daar niet aan. In bijvoorbeeld de regio Haarlem blijft het criterium gelden dat alleen bij een 6,8 gemiddeld en een positief advies van docenten de leerling tot havo 4 wordt toegelaten, meldde het Haarlems Dagblad vorige week.

Dat betekent dat de groep vmbo’ers die volgende maand eindexamen doet, wel slaagt maar niet met een gemiddelde dat hoog genoeg is, buiten de boot valt. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek doen volgende maand 58.000 ­vmbo’ers eindexamen in een van de twee genoemde richtingen. Het merendeel van de doorstromende vmbo-leerlingen met een diploma, ongeveer 85 procent, gaat naar het mbo. Maar het uitstel van de wet betekent wel dat enkele honderden leerlingen (mogelijk meer, exacte cijfers ontbreken) hun havo-perspectief in rook zien opgaan, ondanks het feit dat zij een extra vak hebben gevolgd.

Op initiatief van D66-Kamerlid Paul van Meenen heeft de vaste Kamercommissie Onderwijs donderdag aan minister Arie Slob (ChristenUnie) voor Basis- en Voortgezet Onderwijs om een schriftelijke uitleg gevraagd. Van Meenen: ‘Wij willen jonge mensen kansen geven. Dan moeten zij in de gelegenheid zijn zelf te kiezen welke stap zij willen zetten.’

Het ministerie laat weten dat het wetsvoorstel inderdaad een langere doorlooptijd heeft gehad dan verwacht, maar binnenkort voor behandeling naar de Tweede Kamer komt. Daarna moet het nog naar de Eerste Kamer. Daar gaan nog maanden overheen. Een coulanceregeling komt er niet. Wel onderstreept Slob de oproep van Dekker aan scholen om geen onnodige eisen te stellen.

De VO-raad, de koepel van scholen in het voortgezet onderwijs, was indertijd kritisch over de brief van Dekker en laat scholen de vrijheid om voorwaarden te stellen. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat vmbo-leerlingen die doorstromen naar de havo met een lager gemiddeld eindexamencijfer minder kans hebben op het behalen van het havo-diploma vergeleken met ‘reguliere’ havisten, vaker blijven zitten en een grotere kans op voortijdige uitval hebben.’

Volgens de VO-raad is de streefdatum mede niet gehaald, omdat onduidelijk is hoe bij een doorstroomrecht de vakken op vmbo en havo het beste op elkaar kunnen aansluiten. Zolang de ‘curriculumkloof’ niet is overbrugd, kan de wet niet in werking treden, aldus de VO-raad. <


Terug